Borstreconstructie

Wat is een borstreconstructie?

Borstkanker is veruit de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In vele gevallen dient een amputatie (of mastectomie) te worden toegepast, waarbij de borst in zijn geheel weggenomen wordt.

Voor veel vrouwen een operatie die enorm ingrijpt in hun vrouw zijn en hun zelfbeeld. Veel vrouwen kiezen dan voor een borstreconstructie. Er zijn verschillende soorten borstreconstructies. Meer informatie over al uw opties en wat u kunt verwachten voor en na uw operatie vindt u hier.

Tijdstip reconstructie

Een borstreconstructie kan onmiddellijk op tijdstippen uitgevoerd worden:

  1. Onmiddellijk: d.w.z. op het ogenblik dat de mastectomie wordt uitgevoerd = primaire borstreconstructie.

  2. Laattijdig: in dit geval wordt meestal gedurende zes maand tot een jaar een afwachtende houding aangenomen (tenminste zes maand na stoppen van chemo- of radiotherapie) = de laattijdige of secundaire borstreconstructie.

Types borstreconstructie

We kunnen de borstreconstructies opsplitsen in twee grote groepen, namelijk prothese-reconstructies enerzijds en autologe of eigen weefsel reconstructies anderzijds.

Prothese-reconstructies

Hierbij wordt een siliconen prothese onder de grote borstspier ingebracht. Dit is een omhulsel van siliconenrubber dat gevuld is met of silicone-gel of een zoutoplossing. De prothese heeft een ruwe buitenlaag, omdat daarmee de kans op kapselvorming rondom de prothese verkleint. Dergelijke gereconstrueerde borsten voelen vaak minder natuurlijk aan; Daarnaast is een prothese-reconstructie na radiotherapie niet echt optimaal (sterk verhoogde kans op afstoting, infectie, …).

Autologe of eigen weefsel reconstructie

Deze nieuwere methode bestaat erin een stuk huid en vetweefsel te transplanteren naar de borststreek om een nieuwe borst te reconstrueren. Bij dit type borstreconstructie is dus geen onderhuidse prothese meer nodig, waardoor de nieuwe borst ook veel natuurlijker aanvoelt. Daarnaast is een dergelijk reconstructie blijvend, in tegenstelling tot een prothesereconstructie. Dit type ingreep volgt ook de normale evolutie van uw lichaam, zoals toename van uw borst als u bijkomt of afname als u afvalt. Voor deze ingreep kunnen verschillende types flappen gebruikt worden.

Weefsel van buikwand: De vrije DIEP-flap (deep inferior epigastric perforator flap)

Het vetweefsel van de buikwand tussen de navel en de schaamstreek werd voor het eerst gebruikt voor borstreconstructie in 1979. Dit weefsel of “flap” werd de TRAM (Transverse Rectus Abdominis Myocutaneous) flap genoemd.

Geleidelijk aan is gebruik van buikweefsel de gouden standaard geworden in reconstructie met lichaamseigen weefsel. De tendens om steeds minder en minder rechte buikspier te preleveren, mondde uiteindelijk uit in de ontwikkeling van de vrije DIEP flap (Deep Inferior Epigastric Perforator Flap). De voedende bloedvaten die naar het vet en de huid doorheen de rechte buikspieren lopen, kunnen vrij gedisseceerd worden door de rechte buikspier enkel te splitsen. Er is dus geen noodzaak meer om de rechte buikspier weg te nemen, waardoor de buikspieren hun normale functie behouden.

Voordelen
Post-operatief is er geen verzwakking van de buikwand noch verlies van functie van de rompspieren. Patiënten die een DIEP flap reconstructie ondergingen zijn meestal in staat hun normale dagtaken te hernemen 4 tot 6 weken na de ingreep.

Aangezien de vrije DIEP flap over een langere vaatsteel beschikt, zal de vormgeving van de nieuwe borst met het abdominale huid- en vetweefsel gemakkelijker kunnen verlopen en zal er een beter esthetisch resultaat bereikt worden.

Voordelen van een onmiddellijke borstreconstructie
Het is duidelijk dat deze procedure minder psychologisch belastend is voor de vrouw. Het betreft slechts één ingreep en één narcose. Er is dus maar één maal risico op complicaties en er is slechts één revalidatie noodzakelijk.

  • is éénmalige ingreep, dwz blijvend resultaat
  • evolueert mee met evolutie van het lichaam (verouderen)
  • evolueert mee met evolutie andere borst (neemt toe als men bijkomt, neemt af bij vermageren)
  • voelt warm aan (‘de warme borst’)
  • voelt zeer natuurlijk aan
  • buikspieren blijven intact (dus geen ‘breuk’ of verzwakking zoals bij TRAM flap)
  • buikje vaak mooier dan voordien

Nadelen

  • herstelperiode 4 à 6 weken
  • kans op klontervorming thv de bloedvaten van de flap: 1 à 2 % kans (komt vooral voor bij voorafbestaande stollingsstoornissen en bij rokers)
  • kans op verlies flap: 0,5 %

Weefsel uit de dij: de vrije TMG flap (Transverse Myocutaneous Gracilis)

Bij deze techniek wordt huid, vetweefsel en een klein stuk spierweefsel genomen uit de binnenkant van de dij. Deze locatie wordt gekozen wanneer de buik niet kan gebruikt worden om weefsel te transplanteren (bv door vroegere operaties of te weinig vetweefsel thv de buik). Naast huid en vetweefsel, wordt er een stukje spier (musculus gracilis) mee getransplanteerd in deze flap.

Het wegnemen van een stuk van de spier heeft geen functionele gevolgen. De bloedvaten worden mee getransplanteerd en door middel van microchirurgie aan de aanwezige bloedvaten in de borst gehecht.

Het litteken loopt van voor naar achter (20-22 cm lang),een paar centimeter onder lies.

Voordelen

  • is éénmalige ingreep, dwz blijvend resultaat
  • evolueert mee met evolutie van het lichaam (verouderen)
  • evolueert mee met evolutie andere borst (neemt toe als men bijkomt, neemt af bij vermageren)
  • voelt warm aan (‘de warme borst’)
  • voelt zeer natuurlijk aan
  • het het litteken bevindt zich in de liesplooi

Nadelen

  • herstelperiode 4 à 6 weken (minder last dan bij DIEP-flap)
  • kans op klontervorming thv de bloedvaten van de flap: 1 à 2 % kans (komt vooral voor bij voorafbestaande stollingsstoornissen en bij rokers)
  • kans op verlies flap: 0,5 %

Weefsel uit de bilstreek: de vrije SGAP-flap (Superior Gluteal Artery Perforator)

Bij deze techniek wordt vanuit de gluteaal streek of de bilstreek een ellips huid en vet weggenomen en als vrije flap getransplanteerd naar de thorax en op analoge wijze microchirurgisch geanastomoseerd. De vrije SGAP-flap wordt meestal gebruikt als er onvoldoende weefsel is ten hoogte van de buikwand. Het vetweefsel van de bilstreek is immers van iets minder goede kwaliteit i.v.m. de buikwand.

Voordelen

  • is éénmalige ingreep, dwz blijvend resultaat
  • evolueert mee met evolutie van het lichaam (verouderen)
  • evolueert mee met evolutie andere borst (neemt toe als men bijkomt, neemt af bij vermageren)
  • voelt warm aan (‘de warme borst’)
  • voelt zeer natuurlijk aan
  • bilspieren blijven intact ( dus geen problemen om te stappen en weinig contourafwijking thv bilstreek)

Nadelen

  • herstelperiode 4 à 6 weken
  • kans op klontervorming thv de bloedvaten van de flap: 1 à 2 % kans (komt vooral voor bij voorafbestaande stollingsstoornissen en bij rokers)
  • kans op verlies flap: 0,5 %

Tepel- en tepelhofreconstructie

Na een autologe borstreconstructie kan er een tepel- en tepelhofreconstructie worden uitgevoerd.

Er wordt meestal een maand of vier gewacht tot de nieuwe borst haar definitieve vorm heeft aangenomen. De tepel wordt gereconstrueerd onder plaatselijke verdoving met klein flapje afkomstig van de huid van de flap op de plaats waar de nieuwe tepel dient gevormd te worden. Dit zal leiden tot nieuwe kleine littekens ter hoogte van de borst in de nabijheid van de nieuw gevormde tepel. Deze littekens zullen echter gecamoufleerd worden door de tatoeage van het tepelhof.

Het tepelhof wordt gereconstrueerd d.m.v. een tatoeage van de tepelhof- regio. Deze tatoeage vindt plaats ongeveer 1 à 2 maand na de reconstructie van de tepel.