Ooglidcorrectie

Wat is een ooglidcorrectie of blefaroplastie?

De term blefaroplastie staat voor alle heelkundige ingrepen die ter correctie dienen van verouderingsverschijnselen aan de oogleden.

Het is een van de meest populaire ingrepen binnen de plastische chirurgie. Dat komt niet alleen omdat het ooglid over het algemeen een van de eerste zones in het gelaat is waar veroudering zichtbaar wordt, maar ook omdat de correctie ervan meestal relatief eenvoudig is en omdat de patiënt er vrij snel van herstelt.

Zowel het bovenste als het onderste ooglid kan tekenen van veroudering en/of vermoeidheid vertonen die vaak niet in verhouding staan met de leeftijd van de betrokken persoon. Zelfs jonge mensen kunnen geplaagd worden door overtollige huid t.h.v. het bovenste ooglid of ‘zakjes’/’wallen’ onder de ogen.

Ter hoogte van het bovenste ooglid demonstreert het probleem zich meestal als een huidverslapping, waardoor het ooglid geleidelijk aan op de wimpers begint te hangen en in sommige gevallen zelfs over de ooglidrand. Als gevolg hiervan oogt de blik gaandeweg vermoeid, onfris, alsof de glans eruit verdwijnt – iets waar veel mensen trouwens door naasten op gewezen worden.

Bij vrouwen levert dit dikwijls problemen op bij het aanbrengen van make-up. Een vaak gehoorde objectieve klacht is bijvoorbeeld dat de eyeliner een afdruk geeft op de overhangende huid van het ooglid, zodat ongewild een dubbele lijn ontstaat.

Maar ook in subjectieve zin kan het huidoverschot een gevoel van vermoeidheid creëren, omdat met name het gewicht van de huid het openen van de oogleden continu bemoeilijkt of doordat de huid zo ver over de rand van het ooglid hangt dat ze het zicht naar boven en naar buiten begint te belemmeren.

Dat gaat niet zelden gepaard met het ontstaan van uitgesproken dwarse groeven in het voorhoofd, doordat men voortdurend het voorhoofd en de wenkbrauwen optrekt om de oogleden wijder te openen. Daardoor blijkt het probleem van voorhoofdsrimpels vaak eenvoudig op te lossen door het wegnemen van het huidoverschot van het bovenste ooglid, in chirurgisch jargon: een bovenste blefaroplastie.

Meestal zijn de oogleden ook enigszins opgezet. Dat komt doordat het vet van de oogkas tijdens het verouderingsproces geleidelijk naar buiten gaat puilen, meer bepaald door verweking van het vliesje dat het vet op zijn plaats moet houden.

Bij een bovenste blefaroplastie worden die twee problemen tegelijk aangepakt: de chirurg verwijdert de overtollige huid en het uitpuilende vet wordt gelijk getrimd met de rand van de oogkas. Het resultaat laat zich visueel herkennen aan een jongere en frissere blik, dikwijls ook aan een meer ontspannen voorhoofd en – subjectief dan – aan een minder vermoeid voorkomen.

Ter hoogte van de onderste oogleden klagen heel veel mensen over ‘walletjes’ die veroorzaakt worden door het uitpuilen van het vet van de oogkas. Het ongemak kan al op jonge leeftijd voorkomen, in dit geval veelal familiaal, meer bepaald ten gevolge van de weekheid van de structuren die het vet binnen de oogkas houden. In dit geval kan de chirurg makkelijk en zonder uitwendig zichtbaar sneetje, het overtollige vet aan de binnenkant van het ooglid wegnemen (“transconjunctivale onderste blefaroplastie”). Bij het ouder worden ontstaat ter hoogte van de onderste oogleden vaak ook een verslapping van de huid en van de ophanging van het ooglid. Net als bij het bovenste ooglid, kan de chirurg ook hier een beetje huid verwijderen en de ophanging van het ooglid verstevigen. Hiervoor zijn diverse technieken mogelijk – uw plastisch chirurg zal uiteraard die techniek selecteren die voor u het meest geschikt is. Ook een onderste ooglidcorrectie (of onderste blefaroplastie) leidt tot een minder vermoeide, minder gezwollen blik, en verstrakt de huid van het onderste ooglid.

Ook bij uitgesproken vermoeidheid, of ingeval van hooikoorts, verkoudheden, enzovoort, kan zich een voorbijgaande opzwelling van de bovenste en onderste oogleden voordoen. Dit kan chirurgisch niet gecorrigeerd worden. Een blefaroplastie corrigeert alleen de afwijkingen die niet verdwijnen in de loop van de dag en in alle omstandigheden zichtbaar blijven.

Is een voorbehandeling nodig?

Als u lenzen draagt, voorzie dan voor de duur van een week een bril. Dat bevelen we niet alleen om hygiënische redenen aan, maar ook omdat het inbrengen en verwijderen van de lenzen na de ingreep problemen kan opleveren.

Onmiddellijk na de ingreep kan het zicht enigszins vertroebeld zijn: zelf met de auto naar huis rijden raden we dus ten sterkste af en dus wordt u het beste opgehaald door iemand.

Breng uw chirurg op de hoogte van eventuele oogproblemen waarvoor u rond die tijd behandeld wordt (zoals glaucoom of droge ogen) en ook van eventuele eerdere heelkundige ingrepen op ogen of oogleden. Signaleer desgevallend ook volgende medische problemen: aandoeningen aan de schildklier, hoge bloeddruk en problemen met de bloedstolling.

Hoe verloopt de behandeling?

Voor de ingreep maakt de chirurg enkele medische foto’s, zodat het resultaat van de ingreep vergeleken kan worden met de situatie vooraf. Op de huid van het ooglid tekent hij met een fijne stift af wat weggenomen wordt, evenals de plek waar het vet enigszins uitpuilt. Vervolgens installeert de verpleegkundige u in de operatiekamer, waar ze uw gelaat zal ontsmetten en rondom het gelaat steriele doeken zal aanbrengen. Dat gebeurt allemaal in een rustige sfeer, en alles wordt u stap voor stap uitgelegd.

De ingreep gebeurt doorgaans onder plaatselijke verdoving, die anderhalf à twee uur lang werkzaam blijft. De chirurg spuit met een heel fijn naaldje onderhuids een verdovingsstof in, net als bij de tandarts. U wordt een prikje gewaar en heel even ook een licht branderig gevoel, maar dat ebt vrijwel meteen weg.

De duurtijd van de ingreep bedraagt 45 à 60 minuten voor een bovenste ooglidcorrectie en anderhalf tot 2 uur voor bovenste + onderste ooglidcorrectie samen.

Voor de ingreep

  • Gedurende twee weken voor en twee weken na de operatie neemt u beter geen bloedverdunners of pijnstillers als Aspirine, Aspro of Sedergine en raden we ook vitamine E en het eten van look af, aangezien die stoffen het bloed wat kunnen verdunnen en bijgevolg nabloeding in de hand kunnen werken.

  • Roken dient u ten laatste te stoppen 2-3 weken voor de ingreep.

  • Vanaf 1 week voor de ingreep neemt u dagelijks Arnica® in, preventief tegen bloeduitstortingen (3×3/dag).

De ingreep

Zoals reeds gezegd, corrigeren we het doorhangen van de huid van het bovenste ooglid door een bovenste blepharoplastie. De chirurg neemt een ellips van overtollige huid weg, samen met een stripje kringspier dat net onder de huid ligt. Puilt het ooglid enigszins uit door onderliggend vet, dan wordt ook dat overtollige vet meteen verwijderd. Tijdens de ingreep houdt u de ogen rustig gesloten. Door de plaatselijke verdoving wordt u geen pijn gewaar. Hooguit voelt u af en toe hoe de chirurg uw gelaat aanraakt. Na de ingreep wordt de opening onderhuids met een fijn draadje dichtgemaakt. 5-7 dagen later is de huid genezen en wordt het draadje verwijderd.

Aan het onderste ooglid doet zich in hoofdzaak het probleem voor spierverslapping en uitpuiling van vet. Dat corrigeren we door een onderste blefaroplastie. Vormt vet het enige probleem en is de huid erboven nog mooi elastisch, dan volstaat het vaak om het vet langs de binnenzijde van het ooglid te verwijderen, zonder dat de chirurg in de huid hoeft te snijden. Een dergelijke ingreep noemen we een transconjunctivale onderste blepharoplastie. De chirurg maakt een sneetje in het slijmvlies aan de binnenkant van het onderste ooglid en verwijdert het vet. De inwendige wonde geneest in enkele dagen tijd vanzelf. Voordeel is ook dat er geen uitwendig litteken is.

Vaak echter zijn de huid en onderliggende kringspier van de onderste oogleden verslapt en uitgerekt. Dan is het nodig om die huid wat aan te spannen. De chirurg maakt een sneetje net onder de wimpers, zodat het wondje onopvallend kan genezen. Hij verwijdert het vet vanonder de losgemaakte huid en spant de huid en de spier vervolgens voorzichtig weer aan. 5-7 dagen later al kunnen de draadjes verwijderd worden.

Bij sommige mensen is niet enkel de huid van de oogleden verslapt, maar ook het peesje waarmee het ooglid in de oogkas ophangt. Daardoor verliest het oog zijn jeugdige amandelvorm, het wordt als het ware “ronder”. In extremer gevallen begint de onderste rand van het ooglid naar buiten te hangen, wat men “ectropion” noemt. Om te controleren of zo’n evolutie mogelijk is, zal de chirurg tijdens het voorafgaand onderzoek uw onderste ooglid een paar seconden lang naar beneden trekken, om te zien hoe snel het terug op zijn plaats tegen de oogbol komt. Is die snelheid vertraagd, dan zal hij vaak beslissen om de onderste blefaroplastie met een canthopexie aan te vullen, dat wil zeggen: het aanspannen van het buitenste peesje van het ooglid. Dat maakt de ingreep overigens niet zwaarder, aangezien het peesje bereikbaar is via de insneden die sowieso nodig zijn voor de ooglidcorrectie. En op die manier kan in elk geval vermeden worden dat het onderste ooglid na een onderste blefaroplastie neiging tot ectropion zou vertonen, het naar buiten keren dus van het ooglid.

Hoe verloopt de nabehandeling?

Thuisgekomen rust u best een uur of twee in halfzittende houding. Breng op de oogleden een schoon kompres aan en daarop een ijsbril (Therapearl®), dit voornamelijk de eerste 2-3 dagen elk uur 10 minuten.

Vermijd zware inspanningen en buig ook niet diep voorover, zodat u geen toename van de bloeddruk en eventuele nabloedingen veroorzaakt.

Gedurende de eerste twee à drie dagen zal de zwelling vrij uitgesproken zijn, met een piek op de tweede dag. Na drie à vier dagen is de meeste zwelling verdwenen.

Door de vaak onvermijdelijke bloeduitstorting kunnen de oogleden blauw verkleuren. De bloeduitstorting zal gaandeweg omlaag zakken, eerst verkleuren naar groen en geel en ten slotte na ongeveer een week verdwijnen.

Hou de wonde de eerste drie dagen droog. Douchen mag na 3-4 dagen. Gestold bloed of korstjes kan u makkelijk verwijderen met een wattenstokje en gewoon water.

Na 2-3 dagen mogen de Steri-Strips® worden verwijderd en mag ontsmet worden met Hibidil® 2 maal daags.

Na zes à zeven dagen verwijdert de chirurg de draadjes. Vanaf nu mag u make-up aanbrengen, bij voorkeur met producten op basis van water. Kies voor uw dagcrème een gele tint, dat helpt eventueel nog aanwezige blauwe plekjes enigszins verdoezelen.

Zodra de meeste zwelling verdwenen is, kan u in principe weer aan het werk.

Gedurende enkele weken zullen de oogleden iets stugger aanvoelen dan normaal. Vanaf twee weken na de operatie mag u de littekens zelf met de vingertoppen masseren, eventueel met een klein beetje oogcontourcrème (bv. Toleriane Ultra Yeux®) zodat alles vlugger soepel wordt. Uw chirurg vertelt u wel hoe dat precies moet gebeuren.

Kan ik verwikkelingen verwachten?

  • Zwelling van de oogleden is normaal, althans in de eerste dagen na de operatie. 

  • Om verwikkelingen te vermijden dient u het roken absoluut te stoppen.

  • Tijdens de eerste 24 uren kan het bindvlies van het oog lichtjes opgezet zijn, wat het gezicht enigszins kan vertroebelen.