Borstvergroting

Waarom kiezen voor een borstvergroting of borstaugmentatie?

Een borstvergroting is de ideale oplossing indien bijna geen borstweefsel aanwezig is, maar ook indien u uw borsten graag één of twee cupmaten groter wenst.

Wetenschappelijk onderzoek heeft intussen ruim voldoende uitgewezen dat de actueel gebruikte materialen geen nadelige gevolgen hebben voor de algemene gezondheid van de vrouw.

Tijdens voorafgaande gesprekken wordt uitgemaakt welke uw precieze verwachtingen zijn en hoe die door de ingreep gerealiseerd kunnen worden. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving in het ziekenhuis en gebeurt via dagopname. Eén week later kan u uw normale activiteiten hervatten.

Welke prothesen gebruikt de chirurg?

Er bestaan verschillende types van borstprothesen. In overleg met uw chirurg wordt een keuze gemaakt qua type, vorm en volume van de prothese en dit in functie van uw individuele lichaamsbouw, proporties en uw wensen.

Alle borstprothesen hebben een omhulsel van silicone, ook de prothesen die met water gevuld zijn. Silicone is het meest neutrale materiaal om een soepele prothese te maken. Het omhulsel kan een glad oppervlak hebben of een ruw. Het ruwe oppervlak dient om kapselcontractuur te helpen voorkomen. Het kan gegoten zijn in de silicone van het omhulsel, maar het kan ook bestaan uit polyurethaan, wat een nog betere bescherming biedt tegen kapselcontractuur.

De ideale vulling van de prothese is neutraal, elastisch, duurzaam en stabiel in de tijd. Het materiaal dat tot nog toe het best aan die vereisten beantwoordt, is siliconegel. Prothesen die met siliconegel gevuld zijn, voelen het meest natuurlijk aan en geven zeer weinig problemen.

Nog neutraler, althans in theorie, zijn prothesen die gevuld zijn met fysiologisch serum (een zout-wateroplossing). Maar aangezien water niet elastisch is, kan men ze bijna altijd voelen zitten. Soms ook kun je aan de buitenkant van dergelijke prothesen lichte plooien gewaarworden of zelfs zien. In vele gevallen (tot 40% in de eerste 10 jaar) raken ze lek en lopen ze dus leeg.

Meer en meer wordt de ronde vorm van de prothese vervangen door anatomisch gevormde prothesen. Die zijn gemaakt in druppelvorm, dat wil zeggen dat ze onderaan voller zijn en bovenaan vlakker. Hiermee wordt een natuurlijker uitzicht van de borst bekomen, zeker bij magere patiënten of wanneer haast geen borstweefsel aanwezig is. Deze prothesen hebben vaak ook een liftend effect.

Is silicone gevaarlijk?

In de media is een tijdlang twijfel gezaaid omtrent de veiligheid van met siliconegel gevulde prothesen. Intussen echter hebben tientallen onafhankelijke wetenschappelijke studies aangetoond dat er geen verband bestaat tussen de aanwezigheid van dergelijke prothesen en algemene vermoeidheidsklachten of gewrichts- en bindweefselziekten. Men weet ook al lang dat een borstprothese geen verhoogde kans geeft op borstkanker.

Waar plaatst men de prothese?

Gezien steeds met anatomisch gevormde prothesen van de meest geavanceerde generatie wordt gewerkt, wordt de prothese in vele gevallen bovenop de borstspier en onder de borstklier geplaatst. Dit geeft het meest natuurlijke resultaat en de ingreep is minder pijnlijk dan als de prothese achter de spier wordt geplaatst. Tevens zal de borst op die manier niet meebewegen tijdens spieractiviteiten.

Bij heel magere patienten zal de bovenrand van de prothese onder de spier geplaatst worden om zo de bovenrand extra te bedekken. Op die manier zit de prothese deels voor en deels onder de borstspier (dual plane techniek).

Waar bevindt zich het litteken?

In theorie zijn voor het plaatsen van een borstprothese drie toegangswegen mogelijk:

  1. Een insnede in de plooi onder de borst: via deze insnede heeft de chirurg de meest directe toegang tot de holte heeft die gemaakt moet worden en het verleent hem ook een zeer goede controle over de positie van de prothese. Het litteken is in dit geval nooit langer dan 4 à 5 cm en ontkleurt het tot een onopvallend fijn lijntje in de natuurlijke plooi onder de borst.

  2. Brengen we de prothese in langs de rand van de tepelhof, dan levert dit in principe het meest onopvallende litteken op. Soms blijft het litteken enigszins zichtbaar als een bleke lijn die contrasteert met de donkere kleur van de tepelhof.

  3. De prothese inbrengen via de oksel wordt minder vaak toegepast. Een borstprothese heeft namelijk de neiging om door de borstspier omhoog geduwd te worden, en die kans vergroot als een holte wordt gemaakt van bovenuit. Bovendien is het in dit geval moeilijker om de borstspier voldoende los te maken voor de prothese, tenzij de chirurg gebruikmaakt van een endoscoop. Ten slotte is de kans dat een litteken in de oksel ooit opgemerkt wordt veel groter dan een litteken in de borstplooi.

Wat zijn de mogelijke verwikkelingen?

In principe kunnen zich alle verwikkelingen van een heelkundige ingreep voordoen: nabloeding, infectie, slechte genezing van de wonde. Maar in de praktijk gebeurt dat slechts zeer zelden.

Er bestaat een kleine kans dat tijdens het maken van de holte enkele zenuwtjes beschadigd raken die specifiek voor de gevoeligheid van de tepel zorgen. Dat kan dan leiden tot een – meestal tijdelijke, soms ook blijvende – verzwakking van de gevoeligheid van de tepel.

Een borstvergroting heeft GEEN nadelige invloed op de mogelijkheid tot borstvoeding.

Het meest frequente probleem na een borstvergroting is het optreden van een kapselcontractuur. Het lichaam maakt altijd een soort vlies (of kapsel) rond een vreemd voorwerp, om het even of het nu om een pacemaker gaat, een catheter of een borstprothese. Indien de celletjes in dit vlies samentrekken, verkleint het kapsel en gaat de borst hard aanvoelen. Jammer genoeg kan men echter niet voorspellen bij wie deze verwikkeling zich kan voordoen, en ook niet wanneer. Het kan na een half jaar gebeuren, maar net zo goed na vijf of tien jaar. Met de huidige meest geavanceerde prothesen is de kans gereduceerd tot ongeveer 1% gedurende de eerste 15 jaar. Enkel deze prothesen worden op onze dienst gebruikt.

Voor de ingreep

Gedurende twee weken voor en twee weken na de operatie neemt u beter geen pijnstillers als Aspirine, Aspro of Sedergine en raden we ook vitamine E en het eten van look af, aangezien die stoffen het bloed wat kunnen verdunnen en bijgevolg nabloeding in de hand kunnen werken.

Voor de ingreep dient eerst een echografie en mammografie te gebeuren (een radiologisch onderzoek van het borstklierweefsel), teneinde de aanwezigheid van mogelijke gezwellen uit te sluiten. Hebt u recentelijk een mammografie laten uitvoeren, dan is dit onderzoek niet nodig. Wel wordt in elk geval een beperkt bloedonderzoek afgesproken, dat u naar keuze kan laten uitvoeren bij uw huisarts of in het laboratorium van de kliniek.

Gezien de ingreep wordt uitgevoerd onder algemene verdoving, moet u nuchter blijven vanaf middernacht voor de ingreep. Dit betekent: niet meer eten noch drinken vanaf middernacht, behalve voor het innemen van eventuele medicatie.

In het ziekenhuis biedt u zich aan bij de opnamedienst. Na de nodige administratie wordt u naar de kamer gebracht die op voorhand voor u gereserveerd werd. Even voor de ingreep brengt men u naar de voorbereidingszaal. Daar zal de chirurg met een stift ter hoogte van uw borst enkele aantekeningen aanbrengen die hem straks perfect de weg zullen wijzen bij het snijden. Hebt u nog vragen, dan is dat nu het moment.

In de voorbereidingskamer krijgt u ook bezoek van de anesthesist, de arts die u in slaap zal brengen. Signaleer hem of haar indien bij eventuele vorige ingrepen iets abnormaals voorgevallen zou zijn. Vlak voor de operatie krijgt u een middel toegediend om rustig te worden. Kort nadien wordt u naar de operatiezaal gerold en in slaap gebracht.

De ingreep

Zoals de chirurg voordien met u heeft afgesproken en u ook heeft uitgelegd, wordt de borstprothese voor de borstspier of in dual plane geplaatst. Onmiddellijk nadat de prothesen ingebracht zijn, laat de chirurg de operatietafel nog tijdens de ingreep in rechtop geknikte houding plaatsen, om te controleren of de prothesen in de juiste positie zitten. Vervolgens worden de wondjes zorgvuldig gesloten.

Op het einde van de ingreep wordt de borst van binnenuit verdoofd met een langwerkend verdovend product. Hierdoor wordt de pijngewaarwording de eerste 12 tot 24 uur vrij beperkt.

Na de operatie wordt de wonde bedekt met een huidlijm en douchepleister, en wordt een sportbeha reeds aangedaan. Enkele minuten later ontwaakt u uit de verdoving en wordt u naar de ontwaakkamer gebracht.

Na de ingreep

In de regel blijft u ongeveer even lang in de ontwaakkamer als de operatie heeft geduurd. Pas als de anesthesist zijn of haar toestemming geeft, keert u terug naar uw gewone kamer.

In de eerste dagen zal u wel wat pijn en drukgevoel ondervinden. Dit is goed op te vangen met een gewone pijnstiller.

Tijdens de eerste week na de operatie mag u alles doen wat niet tot overmatige pijn leidt. Anders gezegd: bepaalde houdingen en bewegingen zullen zichzelf verbieden. Slapen mag in om het even welke houding die geen pijn veroorzaakt. Op de buik slapen zit er dus niet in en raden we ook niet aan. Hebt u pijnstillers nodig, dan gaat onze voorkeur uit naar Dafalgan bruis. Heeft u almaar meer pijn, voelt u zich onwel, ontwikkelt u koorts of voelt u zich om eender welke reden ongerust, neem dan contact op met uw arts.

Als verband draagt u een sportbeha dag en nacht de eerste 3 weken. Nadien draagt u deze nog 3 weken, maar enkel overdag. De wondjes zijn bedekt met een huidlijm en een douchepleister, zodat u gemakkelijk kan douchen, reeds vanaf de dag na de ingreep. Deze lijm komt na 3 tot 4 weken geleidelijk los en wordt dan verwijderd.

Na ongeveer één week zien we u terug voor de eerste nacontrole. Als u het resultaat dan in de spiegel bekijkt, zal u merken dat de borsten – vooral bovenaan – nog wat gezwollen staan en zeer vast aanvoelen. Dat is volstrekt normaal. In de volgende weken zullen die effecten stilaan verdwijnen. In de loop van de eerste drie weken neemt ook de last, die vergeleken kan worden met een spierverrekking, geleidelijk af.

De eerste 6 weken na de ingreep mogen enkel BH’s zonder beugels worden gedragen. Meestal raden wij een sportBH aan, met een brede elastische onderboord.

Zes maanden na de operatie kan men het resultaat ervan definitief noemen. Net als voordien blijft het mogelijk de borsten manueel op eventuele knobbeltjes te onderzoeken of een mammografie uit te voeren. In dat laatste geval signaleert u beter aan de radioloog dat u een borstvergroting heeft ondergaan, zodat hij een extra opname kan maken om het borstklierweefsel grondig te kunnen onderzoeken.