Waar bevindt zich het litteken? Afdrukken
In theorie zijn voor het plaatsen van een borstprothese drie toegangswegen mogelijk:

Bij de eerste mogelijkheid, een insnede in de plooi onder de borst heeft de chirurg langs die weg de meest directe toegang tot de holte die gemaakt moet worden, het verleent hem ook een zeer goede controle over de positie van de prothese. Het litteken is in dit geval nooit langer dan 4 à 5 cm en ontkleurt het tot een onopvallend fijn lijntje in de natuurlijke plooi onder de borst.

Brengen we de prothese in langs de rand van de tepelhof, dan levert dit in principe het meest onopvallende litteken op. Soms blijft het litteken enigszins zichtbaar als een bleke lijn die contrasteert met de donkere kleur van de tepelhof.

De prothese inbrengen via de oksel wordt minder vaak toegepast. Een borstprothese heeft namelijk de neiging om door de borstspier omhoog geduwd te worden, en die kans vergroot als een holte wordt gemaakt van bovenuit. Bovendien is het in dit geval moeilijker om de borstspier voldoende los te maken voor de prothese, tenzij de chirurg gebruikmaakt van een endoscoop. Ten slotte is de kans dat een litteken in de oksel ooit opgemerkt wordt veel groter dan een litteken in de borstplooi.